Rotterdam Boompjes Kadastraal Minuutplan 1811-1832

15,0040,00

Rotterdam Boompjes- Kadastraal Minuutplan 1811-1832, Gemeente Rotterdam, Sectie G, Blad 01
Deze kaart is een reproductie.

Onze posters worden geprint in hoge kwaliteit op stevig 250 g/m² gesatineerd mc papier (glanzend).
De textielposters worden gedrukt op 230 g/m²Decotex®. Decotex®heeft een fijne, elastische structuur waardoor het doek goed strak te trekken is.
De textielposters zijn inclusief roeden+koord (houten stokje onder, boven en ophangkoord).

Kies voor een A4 poster, A3 poster of één van onze andere formaten (excl. lijst), of kies voor een textielposter (schoolplaat), dit is de nieuwste woontrend!

Formaten
A4 – 21,0 x 29,7 cm 
A3 – 29,7 x 42,0 cm
A2 – 42,0 x 59,4 cm
A1 – 59,4 x 84,1 cm
A0 – 84,1  x 118,9 cm

B2 – 50 x 70 cm
B1 – 70 x 100 cm

Wissen
Artikelnummer: Niet beschikbaar Categorieën: , , Tags: , ,

Beschrijving

Rotterdam Boompjes- Kadastraal Minuutplan 1811-1832, Gemeente Rotterdam, Sectie G, Blad 01

Na de definitieve inlijving in 1810 van het Koninkrijk Holland bij het Franse keizerrijk werden de bestaande Franse wetten en bestuurlijke maatregelen ook in ons land van kracht. Daaronder vielen een aantal voorschriften gericht op een uniforme belastingwetgeving voor het hele keizerrijk, gebundeld in de reeds in 1808 in Frankrijk ingevoerde Recueil Méthodique.

In 1811 werd gestart met een grootschalige operatie waarin het hele land perceelsgewijs in kaart werd gebracht en waarin grond werd gekoppeld aan functies en eigendom. Dit alles gebeurde met als doel om op uniforme wijze grondbelasting te kunnen heffen en om rechtszekerheid te scheppen met betrekking tot eigendom en andere zakelijke rechten op onroerende goederen. Tot deze omvangrijke operatie had Keizer Napoleon op 21 oktober 1811 besloten. Juist vanwege dit doel hebben dergelijke kaarten een behoorlijke nauwkeurigheid en betrouwbaarheid.

De minuutplans zijn getekend aan de hand van de veldwerken van de landmeters. De standaardschaal was 1:2500; voor steden met dichte bebouwing gebruikte men 1:1250; voor gebieden met weinig bebouwing werd doorgaans 1:5000 aangehouden.
Omdat de kadastrering uitgaat van sectiegrenzen, die niet rechtlijnig zijn, kregen de minuutplans het karakter van eilandkaarten. Bovendien is de noord-oriëntatie van de plans afhankelijk van de vorm van de secties en daarom afwijkend van wat wij tegenwoordig op kaarten gewend zijn. Per kaart wordt de oriëntatie aangegeven.

Behalve de lijnen, die de perceelsgrenzen en de omtrek van gebouwen aangeven, staan er nog een aantal dunne lijntjes op het minuutplan. Deze zijn onderdeel van een coördinatenstelsel in de vorm van een netwerk van vierkanten, in de kadastrale terminologie ‘ruiten’ genoemd. De noord-zuidlijn en de oost-westlijn die door de oorsprong van het driehoeksnet lopen, zijn in rood getekend. De overige lijnen lopen hieraan evenwijdig.
Om de kaarten leesbaarder te maken werden sommige percelen ingekleurd: huizen (particuliere gebouwen) met lichtrood (karmijn); wegen met bruin (gebrande sienna); wateren met blauw (ultramarijn); kerken met kobaltblauw; dijken en kaden met uitgewassen grijs. Gemeentegrenzen kregen een streep-punt-lijn en een paarse uitwassing; sectiegrenzen een groene uitwassing en bladgrenzen een gele of oranje bies.

Na het intekenen van de percelen en de markeringen kreeg ieder perceel een uniek kadastraal nummer. De nummering begon per sectie zoveel mogelijk bij het meest noordelijke punt; vervolgens werd per blok percelen naar het zuiden toegewerkt. Voor veel secties was het nodig de intekening te verspreiden over meerdere minuutplans. De perceelsnummering loopt onafhankelijk daarvan door. Eigendommen van de overheid waren vrijgesteld van belastingheffing en zijn daarom meestal als ongenummerd op de kaart aangegeven. Ook de erkende kerkgenootschappen waren vrijgesteld, maar de percelen in hun bezit zijn wel van een nummer voorzien.

Als alle minuutplans van een gemeente getekend waren, werden zij ter controle naar de ingenieur-verificateur gestuurd, die de metingen controleerde. Hiervoor zette hij lange meetlijnen uit, de zogenaamde verificatielijnen, en bepaalde de totale lengte daarvan. De resultaten werden vergeleken met de maten op het plan. De verificatielijnen zijn als dunne lijntjes nog terug te vinden op de minuutplans. Het administratieve proces werd tenslotte afgerond met de berekening van de oppervlakte van de percelen en de samenstelling van de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (de OAT’s).

Bronnen:
– Ruitinga, L., ‘De uitgave van kadastrale atlassen van Nederland’, in: Caert Thresoor, jg. 10, 1991, nr. 3, 47-51, p. 47
– Kadastrale atlas 1832. Deel II Dalfsen, [red.: H. Bordewijk … et al.] (Zwolle : Stichting Kadastrale Atlas Overijssel 1832) 3-10.

Bron afbeelding/kaart:
– Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort / MIN08176G01

Extra informatie

Materiaal

Poster (papier), Textielposter (schoolplaat)

Formaat

A4, A3, A2, A1, A0, B2, B1

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen.

Wees de eerste om “Rotterdam Boompjes Kadastraal Minuutplan 1811-1832” te beoordelen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *